Oorzaken

Hoe wordt hiv overgedragen?

Je vraagt je misschien af, ‘Hoe kun je hiv krijgen’? Wel, het virus is aanwezig in het bloed van mensen die leven met hiv. Bij mannen kan hiv ook aanwezig zijn in sperma en zaadvloeistof (voorvocht). Bij vrouwen bevindt hiv zich ook in de vaginale uitscheiding en moedermelk (wanneer er borstvoeding gegeven wordt). 

Via deze vloeistoffen kan hiv worden overgedragen. Er bestaan drie manieren waarop hiv wordt overgedragen:

  • via seksuele overdracht door onbeschermde seksuele contacten
  • via het bloed, door contact met geïnfecteerd bloed
  • van moeder op kind als de moeder drager van het virus is

Overdracht via seksuele contacten

Wanneer hiv in je bloed zit, kan het virus worden overgedragen door onbeschermde seksuele contacten: vaginale penetratie, anale penetratie en orale seks zonder bescherming. Het virus kan doordringen via wondjes (of het slijmvlies) van de mond, de vagina of de endeldarm (rectum).

Als gevolg daarvan is het mogelijk dat hiv worden overgedragen door een enkel onbeschermd seksueel contact met een persoon die leeft met een hiv-infectie.

Bij onbeschermd oraal seksueel contact (pijpen of beffen) komt de overdracht van andere seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) voor. De overdracht van hiv komt hierbij zeer zelden voor.

Overdracht via het bloed

Hiv kan worden overgedragen door onder andere naalden, injectiespuiten of andere instrumenten te delen die worden gebruikt voor de injectie van drugs.

Hiv kan ook worden overgedragen als je een wondje oploopt via een voorwerp dat bevuild is met hiv-geïnfecteerd vers bloed. Bijvoorbeeld door per ongeluk prikken, wat vooral in de gezondheidszorg kan voorkomen.

Overdracht van het virus van een hiv-positieve moeder op haar kind

Er bestaat een kans op overdracht van hiv op het kind tijdens de zwangerschap, de bevalling of de borstvoeding (via de moedermelk). Wanneer de moeder onder behandeling is, kan het kind gezond geboren worden. 

Neem voor meer informatie contact op met je arts.

Hiv wordt niet overgedragen door:

  • speeksel, zweet, tranen en urine
  • alledaagse handelingen, handdrukken, omhelzingen, strelingen, zoenen of het doorslikken van water of voedsel
  • het gebruik van openbare voorzieningen (wc's, douches, zwembad, enz.)
  • door muggenbeten of andere insecten

 

Referenties
PHNL/HIV/0618/0007a

 

General Tags: